Mevrouw Milquet, maak van de “mobiliteitspremie” een “flexibiliteitspremie”

 

Donderdag stelde ik in de plenaire Kamerzitting opniew een vraag aan Minister Milquet over haar mobilitietspremie.De Vlaamse sociale partners vinden immers dat er op de eerste plaats zou moeten geïnvesteerd worden in taalopleidng, in een beter vervoersaanbod naar de bedrijventerreinen en in een beter onthaal van de Franstalige werknemers in en door de Vlaamse bedrijven. Voor mij was dat aanleiding om de Minister een suggestie te doen.

Hieronder mijn tussenkomst:

Stefaan Vercamer (CD&V – N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, uit een rapport van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen blijkt dat de sociale partners in Vlaanderen erkennen dat er een grotere roep is naar een sterkere interregionale mobiliteit, maar ze zien niet veel heil in een mobiliteitspremie van 75 euro. Zij stellen eigenlijk drie andere maatregelen voor. Ten eerste leggen zij daarbij de klemtoon op de taalopleiding, ten tweede vragen zij een beter vervoersaanbod naar bedrijvenzones en ten derde vinden zij dat er een aangepast onthaal moet zijn voor Franstalige werknemers in en door Vlaamse bedrijven. Zij spreken daarbij de uitdrukkelijke verwachting uit dat zij zelf voortrekkers zouden zijn om de psychologische barrières tussen Franstalige werknemers en Vlaamse bedrijven weg te werken. Zij rekenen daarvoor op een optimale samenwerking tussen de regionale arbeidsdiensten. Mevrouw de minister, wat vindt u van deze voorstellen? Ten tweede, hoe meent u deze voorstellen te integreren in uw eigen beleid inzake interregionale mobiliteit?
 
Minister Joëlle Milquet:  Mijnheer de voorzitter, ik kom niet terug op de mobiliteitspremie. We hebben daarover al urenlang gedebatteerd in de commissie. Inzake het SERV-rapport verwijs ik naar het perscommuniqué dat de SERV uitvaardigde. De Vlaamse sociale partners benadrukken dat het rapport geen uitspraken doet over bestaande en eventueel toekomstige premies en ook niet over het voorstel van minister Milquet. In het rapport staan wel de actielijnen die de sociale partners essentieel achten om efficiënt te kunnen antwoorden op de krapte op de Vlaamse arbeidsmarkt. Interregionale mobiliteit is een van die actielijnen. De federale sociale partners gaven in februari een unaniem positief advies over de mobiliteitspremie. Het vrij verkeer van mensen bestaat nog altijd, zowel in België als in Europa. In ons land zijn er geen subnationaliteiten, noch voor de sociale zekerheid, noch in het algemeen. We vinden het trouwens geen goed idee om dat begrip in te voeren. Vlaamse werkzoekenden mogen zich zonder enig probleem vestigen in Wallonië. Ze worden dan nog steeds gecontroleerd door de RVA, die waakt over de uniforme toepassing van de regelgeving in heel België. Ze moeten zich schikken naar het activeringsbeleid dat gevoerd wordt door de Forem. De regionale diensten stellen integratiemaatregelen voor, met name taalcursussen, die opgenomen zijn in de activeringsplannen en die verplicht kunnen zijn. Wanneer iemand een verplichte opleiding niet volgt, kunnen er sancties volgen. Het jongste rapport over het activeringsbeleid toont duidelijk aan dat de wetgeving in de drie Gewesten eenvormig wordt toegepast. Wij willen de activering en de begeleiding van de werkzoekenden aanzwengelen in het kader van het samenwerkingsakkoord waarover de Gewesten en de federale Staat momenteel onderhandelen.  
 
Stefaan Vercamer (CD&V – N-VA): Dank u, mevrouw de minister, voor het antwoord. Wij hebben hierover al van gedachten gewisseld in de commissie. U hebt toen gezegd dat u voor de concrete invulling van de premie nog verder overleg zou plegen. In het licht van dat overleg zou ik nog een suggestie willen doen. Kunnen wij niet overwegen om samen met de sociale partners en met de regio’s een denkoefening te maken om die mobiliteitspremie in een ruimer kader te plaatsen en bijvoorbeeld om te vormen tot een flexibiliteitspremie. Wat bedoel ik daarmee? De mensen die echt extra inspanningen moeten leveren om te gaan werken, kunnen op die manier een premie ontvangen. Het gaat ons er inderdaad om de activiteitsgraad omhoog te krijgen. Die extra inspanning kan dan een verre verplaatsing zijn, maar ook het gaan werken in een andere taalregio, of het werken in gesplitste shifts of op onregelmatige uren, op momenten dat er geen openbaar vervoer is. Die flexibiliteitspremie zou op die manier tegemoet kunnen komen aan de hogere eisen die worden gesteld inzake flexibiliteit en die niet altijd in verhouding staan met het uitbetaalde loon. Ik doe de suggestie om daarover misschien toch nog even van gedachten te wisselen. 

Bekijk hier mijn tussenkomst (in de linkerkolom naar beneden scrollen en klikken op “Stefaan Vercamer”).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers op de volgende wijze: