Het reisverslag “op weg naar Compostella – deel 3”

Zeven dagen zijn Karel en ik samen gaan fietsen deze zomer.  Onze derde meerdaagse fietstrip op weg naar Compostella ( ter herinnering: in september vertrokken in Ename  en op één dag naar Arras, tussen Kerst en Nieuw van Arras naar Chartres, tijdens de Paasvakantie van Chartres naar Poitiers en in augustus dus van Poitiers naar Pamplona). Het werd opnieuw een ervaring om in te kaderen. We hebben afgezien, genoten en op het einde echt wel het bedevaartgevoel gekregen. Het blijft boeiend en verrassend. Karel maakte aantekeningen en schreef  er weer een verhaal over. Echt een plezier  om te lezen en “bijna” helemaal waarheidsgetrouw. Lees maar.  

16082009047

Zondag 16 augustus 2009

We spraken af om onze derde episode rustig in te rijden – de benen warm draaien zoals het heet – met een rustige vlakke rit tussen Vernon en Charroux, bijna 40 kilometer lang. Echter, de voorgeschreven Camino voor fietsers is voor de eerste keer de route die we willen volgen, en dat vergt van onze gids – nog niet zo ervaren met de beschrijving – een extra inspanning. Hij compenseert dus met een tiental extra kilometers onder een loden zon, voorwaar geen pretje, en met een strak tempo van meer dan 20 kilometer gemiddeld per uur. Eén zaak staat vast: La douce France speelt zich zeker af op zondag, geen kat op straat, geen winkel of café waar je binnen kan stappen, de rust zelve … De ene dorpsherberg die midden op helling toch open is, heeft dan ook aan ons goede klanten en we spreken af om de komende week geen dergelijk kansen te laten liggen, want met de warmte is regelmatige bevoorrading aangewezen. Gelukkig wordt deze dag opgevrolijkt door de aanwezigheid van onze beider vrouwen. Zij zijn ons komen ‘afzetten’ om ons een week op weduwschap te laten spelen; we zijn blijkbaar niet voor niets Dourdan gepasseerd vandaag.
O ja, de glinsterende slang die we over de weg zagen kronkelen werd groter en groter naarmate de dag en avond vorderde.

17082009051

Maandag 17 augustus

Plassen. Plassen. In de dubbele betekenis van het woord domineren ze het begin van onze rit naar Saint Aulaye. Onder een dreigende hemel beginnen we onze tocht van meer dan 135 kilometer en het begint effectief te regenen. En goed te regenen (blaaskes in de plassen), in zoverre dat we moeten schuilen en bescherming zoeken in een graanreceptiestation. Voor wie denkt dat het spijtig is als een mens niet goed op dreef geraakt, moet ik toch meegeven dat we het eerste uur geen kwartier aan één stuk gefietst hebben. De verkozene onder ons had last van een te fijn afgestelde drainage, wat dus een voortdurende stop betekende om een natuurlijke behoefte te doen. En je moet weten dat dit niet zo vanzelfsprekend is in een wieleruitrusting. Kortom, miserie alom. Komt daarbij een zeer lastige rit, met onophoudelijk klimmen en dalen en in feite de lastigste rit tot nu. We zitten meer dan 7 uur op de fiets, wat ons de kans geeft te genieten van een gevarieerd, maar moeilijk te omschrijven landschap, verlaten en veel te grote kastelen langs de route,  … Of het een met het ander te maken heeft is onduidelijk, maar diezelfde verkozene was vandaag bijzonder sterk en reed voortdurend op kop, allez een paar honderd meter voor de compagnon.
Zoals steeds volgt na zo een doorgedreven inspanning de beloning, vandaag onder de vorm van een goede chambre d’hôte onder leiding van een zeer vriendelijke gastvrouw (een uitgeweken Parisienne, een fait divers zonder enige bijbedoeling). De man des huizes speelde de tweede viool en lag mee aan de basis van een verrassend  avondmaal. We werden vergast op huisgemaakte wildworsten, want als verwoed jager had hij de week voordien everzwijnen, hazen, … buit gemaakt en deze vakkundig verwerkt in de wildworst.
O ja, de echte ‘petit beurkes’ (= deze met een zwart randje) haal je best niet boven als wij langs komen. De kans bestaat dat maar één iemand proeft en smaakt hoe lekker ze wel zijn. De lichaamslijn spreekt boekdelen …

18082009052

Dinsdag 18 augustus

Vandaag staat wat men noemt een overgangsrit geprogrammeerd. We trekken van Saint-Aulaye naar Rions, goed voor 120 ‘doenbare’ kilometers. Anders dan de voorbije dagen is de temperatuur en de zon mild, fietsen we door een bosrijke omgeving en kunnen we ons af en toe opwarmen aan een nijdige helling, kwestie van de voorbereiding op de Pyreneënpassage te starten. De impulsiefste onder ons besluit dan maar om in dit kader onze grenzen te verleggen en een dag ‘hoe sprint ik best een heuvel op om dan halfweg stil te vallen?’ in te voeren. Goede raad en aanwijzigen van de sportdirecteur ten spijt wordt het op die manier toch nog een lastige rit. De rit moeten we daarenboven in grote eenzaamheid afleggen want in deze streek is geen toerist, geen fietser noch wandelaar, laat staan een bedevaarder te bespeuren. En dat in een streek waar begrippen als Saint Emilion, Entre Deux Mers, bij velen ongetwijfeld culinaire herinneringen oproept. De mondvoorraad voor ’s avonds en overdag moet aangevuld worden en tegelijk is de goesting in ijs (genre Cornetto) smachtend aanwezig. Dus: een stop vlakbij onze overnachtingplaats in een grote supermarkt moet de dagactiviteit afsluiten. De man met de meest Franse uitstraling (du vin, du Boursin) kwijt zich van deze taak en brengt handenvol gerief naar buiten. In deze volgorde: ‘petit beurkes’, sportdrank, water … echter geen ijs. Gelukkig is er weer de chambre d’hôte en het gastgezin die redding brengen. De wijnboer vertelt honderduit over zijn grote plannen om zijn activiteit te verbreden, het zwembad nodigt uit om te rusten en de andere gasten blijken bijzondere interesse te tonen voor onze onderneming.
O ja, het wordt duidelijk dat we nu echt in het zuiden van Frankrijk (onder Bordeaux) zijn beland; na veel over en weer geloop kunnen we tegen 21 uur aan tafel; om 21.30 uur staat het voorgerecht op tafel.

20082009104

Woensdag 19 augustus

Onze tocht vandaag begint paniekerig! De meest rustige en gezapige man onder ons wordt overvallen met allerlei vragen en ongemakken, te beginnen met de uitroep: Ik ben mijn pelgrimsboekje vergeten. Betrokkene maakt er een gewoonte van om de eerste kilometers van de rit een checkup te doen van de eerste activiteiten van die dag. De suggestie van de collega om die controle te doen voor de start wordt beoordeeld als nuttig, maar niet realistisch (want dit soort routine gebeurt nu eenmaal tijdens het fietsen, is de eigenaardige verklaring). Vervolgens gaat het verder met : zitten we wel op de goede route want er is geen pelgrim in uren of dagen te bekennen? Hoe zit het met de jonge mannen die ons komen afhalen: wanneer vertrekken ze, waar stoppen ze …? Kortom, de redder des Vaderlands verliest eventjes de controle. Het betert er niet op als we ’s middags niet aan de verleiding kunnen weerstaan van een ‘salade soleil’ in de afspanning Au Haut Landais (heb je hem?). Inderdaad, de chef is een uitgeweken Nederlander en tegen de verwachting in blijken we goed, genoeg en gezond te eten te krijgen. In de namiddag wordt de hitte zwaar om dragen en de Landes (een vlakke streek vol dennenbomen en met kaarsrechte rustige wegen) biedt niet echt beschutting. Wat doet een mens dan beter om zich bezig te houden dan zich overbodige, maar relevante vragen te stellen. Zo hebben we die dag het aantal kilometers kopwerk geteld dat normaal eerlijk verdeeld wordt tussen compagnons. Komen we tot de vaststelling dat over de 90 kilometer (trouwens afgewerkt aan een tempo van 22 kilometer per uur) de helper 65 en de kopman 25 kilometer kopwerk voor zijn rekening neemt. Het zegt iets over leiderschap en verantwoordelijkheid en het roept vragen op over de volkswijsheid dat het allemaal dezelfde zijn, allemaal profiteurs die … . Over verantwoordelijkheid gesproken: op de kaart is een route aangeduid die nog directer naar onze eindbestemming leidt. Spijtig genoeg blijkt ze voorbehouden voor wandelaars en hebben fietsers er niets te zoeken. De ervaren gids is niettemin van oordeel dat het de moeite loont om toch – minstens tot de eerstvolgende bocht – met de fietsen door het mulle zand te wroeten. Gevolg: valpartij van de wat onhandige compagnon, die het laatste deel van de rit vies en vuil moet afwerken. Gelukkig brengt de refuge redding en krijgen we de kans om een zeer menselijk en hartelijk verhaal van vijf jaar pensioen en pelgrimsopvang te lezen en aanhoren. Daardoor gaat een mens voorbij aan de besmeurde outfit en bevuilde lichaam.
O ja, die avond aten we in een restaurant waar de snelheid van koken en bediening zeker zo belangrijk is dan de kwaliteit van het eten. Om 20.30 uur bestelden we een voorgerecht, hoofdgerecht  en kaas en om 21.05 hadden we al afgerekend. Zelfs iemand die gewoon is van veel sneller te eten dan vele andere tafelgenoten is er van onder de indruk.

21082009142

Donderdag 20 augustus

Dit is een geschiedenisloze dag. Een tweede dag ‘Landes’ verveelt  en het tempo wordt opnieuw hoog genoeg gehouden om voldoende uitdaging te hebben. Nochtans is het de dag met twee opzienbare uitspraken van de man die meer in het wiel van de compagnon hangt. Hij stelt vast dat het aangenaam fietsen is en vergelijkt het met thuis fietsen op de hometrainer; het is vlak en rustig. Afkomstgetrouwsgewijs besluit hij: ‘het scheelt een zak als je in het wiel zit’. De 80 kilometer van die dag leiden ons naar Dax, aangekondigd als een mondaine stad. Beter is te spreken van vergane glorie, want er zit weinig pit in deze stad. De kledingwissel die Dauwe en vriend hebben voorbereid verloopt dan ook vlekkeloos en zet ons in stelling voor de lastige tweedaagse die volgt.
O ja, vandaag kwamen we twee collega’s fietsers-bedevaarders tegen bij het binnenrijden van Dax. Op onze enthousiaste begroeting, kwam een lauw, afstandelijk, Noordhollands ‘dag’. En daarmee bleek alles gezegd.

21082009112

Vrijdag 21 augustus

Tijd voor wat bedverhalen. Gedurende de week sliepen we in dezelfde kamer, spijtig genoeg stonden de bedden niet altijd op ‘sla-afstand’ want slaan was de enige oplossing om het geronk en gesnurk te stoppen van de wederhelft. Dit blijkt een effectief middel en is dus zeer aan te bevelen voor al wie met dit ongemak geconfronteerd wordt. Spijtig genoeg onderbreekt het slaan blijkbaar ook de mooie dromen die ons ’s nachts te beurt vallen. Zo zullen we nooit de afloop weten van de discussie die een van ons gevoerd heeft met minister Reynders of het opvoedkundig gesprek met de winkeljuffrouw die te kampen heeft met een weinig appetijtelijke drupneus. Dergelijke verhalen doorspekken het fietsen, dat op zich zeer aangenaam was tussen Labouheyre en het befaamde Saint Jean Pied de Port; zeer gevarieerd landschap, volop veeteelt en de Pyreneën die de ganse dag uitnodigend/uitdagend onze bestemming bepaalden. De aankomst in deze laatste stad van Frankrijk gebeurt tussen zeer veel bedevaarders, zowel te voet als met de fiets. Allen melden we ons in het secretariaat van de pelgrims in de oude stad en krijgen we wat raad mee voor de tocht door Spanje (afstanden, hoogtemeters, adressen van fietsherstellers, …); hier is pas goed duidelijk dat we deel uitmaken van een grote beweging. Het laatste deel van de rit naar onze chambre d’hôte blijkt achteraf een vergissing van de routeplanner. Onze slaapplaats ligt op de wandelroute en niet op de fietsroute, of anders gezegd: we hebben 4,5 kilometer bergop gereden en hierin zeker – volgens de kenner van de streek – de ene Koppenberg na de andere overwonnen, en toch bleek ons karakter slecht genoeg om niet af te stappen. Wie denkt dat daarmee alle tegenslag van die dag overwonnen was, heeft het mis. Met lieflijke, doch doortastende overtuiging moesten we de uitbaatster met mails in de hand overtuigen dat we gereserveerd hadden en zeker daar gingen slapen. Wat uiteindelijk ook lukte, en nog behoorlijk goed ook want Pitou – het hondje dat normaal voor onze persoonlijke bewaking voor de deur van de kamer moest instaan – is er die avond tussenuit getrokken en niet teruggekeerd. Onze chambre d’hôte van die avond is iets speciaal: een gezamenlijk avondmaal voor de 30 aanwezige pelgrims en toeristen, die er de rust en het imposante van de bergketen opzoeken.
O ja, het is bijzonder confronterend te moeten horen dat je na een ganse zomer fietsen en buitenwerk in het zuiden van Frankrijk moet horen dat je amper gebruind bent; alsof de kleur belangrijk is voor de trip die we volbrengen.

21082009143

 Zaterdag  22 augustus

Vandaag trekken we de Pyreneën over; de Ibanneta wacht. Een klim van ongeveer 17 kilometer, bijna 5 procent gemiddeld. We zijn onervaren, maar vertrouwvol voor die uitdaging. Het is geen gelijkmatige klim, maar het blijft een mooie inspanning. We vertrekken in volle zon, maar komen geleidelijk in somber en kil weer. Maar dat is niets als de fiets maar mee wil. En die laat nu een van ons in de steek. De versnellingen kunnen de macht niet aan die ontwikkeld wordt om vlot boven te rijden. Er wordt gevloekt dat het een lieve lust is om de frustratie te ventileren. Niet minder dan vier fietsherstellers hebben de afgelopen periode aan de fiets gesleuteld en nog is hij niet in orde. En hij zal het geweten hebben (spijts het kaartje dat eerder die week vol lof en dank is verstuurd). Niettemin is de afdaling naar Pamplona een kolfje naar ons hand: gezapig, lang, niet te stijl, goede zichtbaarheid, kortom een ideale gelegenheid om met hoge snelheid veel meters te maken. In Pamplona treft ons een indrukwekkende kathedraal, die spijtig genoeg aan volksverlakkerij doet door geen echte kaarsen maar lampjes aan te bieden, die de gelovige geen goed gevoel geven bij het offeren.

Rest ons enkel nog de terugkeer naar België, via een camping in de omgeving van Bayonne. Een schitterend verhaal en avontuur. Je moet er ons maar eens naar vragen.

19082009097

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers op de volgende wijze: