Strengere normen zullen tot afbouw vrijwilligerskorps leiden bij de Civiele Bescherming

Dinsdagnamiddag stelde ik mijn eerste mondelinge vraag in de nieuwe legislatuur,  ik bevroeg Minister Turtelboom over het personeelsbeleid binnen de diensten van de civiele bescherming.

Ik vind het vreemd dat, nu men op zoek is naar nieuwe vrijwilligers, men de fysieke normen voor vrijwilligers bij de Civiele Bescherming verstrengt.  In de commissie Binnenlandse Zaken ondervroeg  ik daarom de Minister omdat blijkt uit resultaten  dat bijvoorbeeld de VO²-max 38 norm die voorzien wordt voor 2015 door slechts de helft van het personeel (bereoeps) gehaald wordt. Gelet op dezelde normen die voor de vrijwilligers opgelegd worden, vrees ik dat men hierdoor de facto het vrijwilligerskorps zal afbouwen.

Gisteren verscheen er in de media een oproep dat Binnenlandse Zaken op zoek is naar 400 nieuwe vrijwilligers voor de Civiele Bescherming om ingezet te worden bij rampen.

Van die vrijwilligers wordt verwacht dat ze een 80-urige opleiding volgen (ze krijgen daar een kleine vergoeding van 2,5 euro/uur voor), fysieke testen afleggen en minstens 24uur per maand beschikbaar zijn (bij inzet krijgen zij een vergoeding van iets meer dan 8 euro per uur, de totale vergoeding per jaar is vrijgesteld van belastingen tot 1750 euro per jaar).

Men zoekt 400 nieuwe vrijwilligers, maar tegelijkertijd verstrengt men de fysieke normen, niet alleen voor de nieuwe, maar ook voor de bestaande vrijwilligers. Vooral voor oudere vrijwilligers zal dit moeilijk worden. In een tijd waar we  mond vol hebben over betere arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden voor oudere werknemers om ze langer aan het werk te houden kunnen toch wel vragen gesteld worden bij deze verstrengde normen. Daarnaast pleit ik voor een betere begeleiding en omkadering voor het personeel en de vrijwilligers om die norm te halen en misschien moet er ook eens nagedacht worden hoe gewonen vrijwilligers die de verstrengde norm niet meer halen op een andere manier kunnen ingezet worden.

In haar antwoord wees de minister er op dat er een overgangsperiode is voorzien van 5 jaar voor de beroeps en 6 jaar voor de kernvrijwilligers om de strenge norm te halen.

Voor de beroeps bestaan er een aantal ondersteunende maatregelen om de fysieke conditie te behouden of te verbeteren: een subsidie van 30 euro voor de aankoop van loopschoenen, begeleiding van een sportanimator en uitzonderlijke ook van een kinesist die in de eenheid aanwezig is. Volgens mij zouden deze begeleidende maatregelen best ook uitgebreid worden naar de vrijwilligers.

Het ouder personeel (beroeps) dat niet meer voldoet aan de fysieke vereisten om in interventies ingezet te worden en de kernvrijwilligers die op 31 december 2011 de bestaande norm niet meer halen zullen overgeplaatst worden naar de federale reserve waar ze hoofdzakelijk voor humanitaire opdrachten kunnen ingezet worden.

Het is duidelijk dat de minister hiermee enkel nog mikt op de kernvrijwilligers en niet meer op de gewone vrijwilligers. Ook deze laatste kunnen volgens mij veelal nog ingezet worden voor specifieke opdrachten waarbij de fysieke normen minder hoog moeten liggen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers op de volgende wijze: