Tussenkomst in de Kamer rond het ontwerp van het centraal akkoord 2011-2012

Gisteren kreeg ik tijdens de plenaire vergadering opnieuw de kans om 1e minister Yves Leterme te ondervragen over het ontwerp van het interprofessioneel akkoord.

Hieronder vindt u het integraal verslag terug:

Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega’s, vorige keer lag het voorontwerp van het IPA nog voor. Wij moesten nog afwachten of het zou worden goedgekeurd. Het is dus niet goedgekeurd. Twee van de drie vakbonden hebben het afgekeurd, niettegenstaande dat iedereen, ook de politieke wereld en alle regeringspartijen, het akkoord als historisch bestempelde. Eén vakbond, de grootste van het land, heeft het voorontwerp, met een grote meerderheid, wel goedgekeurd. Het verschil met het vorige IPA is dat toen, hoewel er geen akkoord van alle partners was, stilzwijgend via overleg toch de sociale vrede en het sociaal akkoord is gerespecteerd geworden. De betrokkenen hebben toen de sociale rust en vrede weten te bewaren. Vandaag kiest een van de partners die het akkoord hebben afgekeurd, voor het conflict en voor de actie. Dit sociaal conflict wordt nu bij de regering en in de politiek binnengebracht. De regering zal dus uiteindelijk een bemiddelingsvoorstel moeten uitwerken en moeten beslissen. Wie met vuur speelt, door een akkoord onmogelijk te maken of te bemoeilijken, speelt ook met het voortbestaan van ons sociaal overlegmodel. Mijnheer de eerste minister, de vraag is dus de volgende.

 Hoe zal de regering in lopende zaken omgaan met het voorontwerp van IPA dat uiteindelijk geen akkoord heeft opgeleverd?

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         Eerste minister Yves Leterme: 

Mijnheer de voorzitter, collega’s, de regering heeft inderdaad samen met iedereen kunnen vaststellen dat het ontwerp van interprofessioneel akkoord dat op 18 januari door alle onderhandelende vertegenwoordigers van de sociale partners werd geparafeerd, in hoofde van twee van de organisaties rond de tafel niet is goedgekeurd. De regering kan niet anders dan dit betreuren en er uiteraard akte van nemen. En l’absence de consensus des partenaires sociaux, l’article 6 § 3 de la loi du 26 juillet 1996 – à laquelle certains collègues ont fait allusion -, loi relative à la promotion de l’emploi et à la sauvegarde préventive de la compétitivité, énonce que le gouvernement convoque les partenaires sociaux à une concertation et qu’il peut formuler une proposition de médiation. Het is in dit licht dat het kernkabinet gisteren tweemaal is samengekomen om te debatteren over wat een voorstel van bemiddelingsvoorstel zou kunnen zijn. Het klopt ook dat enkel indien het overleg tussen de regering en de sociale partners niet tot het gewenste resultaat zou leiden, artikel 7 van dezelfde wet van 1996 voorziet in het volgende. Ik citeer: “dat de regering in dat geval een koninklijk besluit overlegd in de Ministerraad kan nemen ter vaststelling van een maximale marge voor de loonkostenontwikkeling met als minimum de indexering en de baremieke verhogingen.” Samenvattend kan ik dus stellen dat de regering aan het werk is en zich in deze laat leiden door de wettelijke bepalingen van de wet van 1996, de competitiviteitswet. In antwoord op de bezorgdheid van collega’s ter zake, spreekt het voor zich dat wij ons als regering in deze bijzonder laten leiden door een bijzondere zorg voor het respect van de prerogatieven van de verschillende instellingen in ons land en van het concept van lopende zaken. Ik rond af. Ik heb u in deze niet alles verteld. Ik ben mij er heel goed van bewust dat ik in mijn antwoord op een aantal concrete vragen wellicht niet het antwoord heb geformuleerd dat u zou kunnen verwachten. Wees ervan overtuigd dat ik dit doe in het belang van het land en van de bevolking. Ons land en de bevolking hebben ontzettend veel belang bij de totstandkoming van een interprofessioneel akkoord dat sociaal-economische stabiliteit kan garanderen en dat, zoals bepaalde collega’s hebben vermeld, ons in staat kan stellen om de toekomst waar te maken. Wij hebben in ons land economische kansen, maar wij moeten onder meer via het IPA zorgen dat de randvoorwaarden daarvoor misschien nog beter dan vandaag vervuld zijn

Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de eerste minister, u heeft terecht het belang van het sociaal akkoord voor onze economie en ons land benadrukt. Wie een ander IPA wil of aanpassingen wil zal toch moeten weten dat het geen eenzijdige aanpassingen zullen zijn. Er zal opnieuw een evenwicht moeten zijn. Dat zal opnieuw overleg vragen. Wat verantwoordelijkheidszin betreft, sommigen hebben daar de jongste weken heel veel blijk van gegeven, anderen zullen dat nog moeten bewijzen. Dan zal ook duidelijk worden of men dat sociaal overlegmodel nog een toekomst geeft of niet.

Mijnheer de eerste minister, ik wens u het beste toe met die missie. Ik hoop dat we binnen dat overlegmodel tot een evenwichtig akkoord zullen komen.

 Het incident is gesloten.

 http://www.dekamer.be/kvvcr/showpage.cfm?section=none&leftmenu=none&language=nl&cfm=/site/wwwcfm/streaming/archive/viewarchivemeeting.cfm?meeting=20110210-1

(Vraag en antwoord premier Leterme terug te vinden na 45minuten)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers op de volgende wijze: