Loonontwikkeling niet eenzijdig baseren op anciënniteit, maar ook niet eenzijdig op prestaties

standaardHet voorbije weekend lanceerde Open VLD een voorstel om competenties en prestaties veel zwaarder te laten doorwegen bij de bepaling van het loon. Ze gaan zelfs zover dat ze jaar anciënniteit te laten mee tellen binnen één functie.
Ze hebben ons gevraagd of we dat voorstel willen steunen. Zoals zij het nu voorstellen zal ik dat niet steunen. Wel zijn we bereid om het gesprek aan te gaan en om na discussie een eventueel gewijzigde tekst goed te keuren.
Ik ben het met een aantal elementen eens. Zoals bijvoorbeeld dat competenties en prestaties een sterkere rol zoude moeten spelen bij de loonvorming. Maar het tweede element van hun voorstel ‘de maximale duur van loonstijging wegens anciënniteit binnen één functie beperken tot 7 jaar” gaat volgens mij een stap te ver en kan ik ook niet goed plaatsen in een ‘liberaal’ discours.
Vrijheid van onderhandelen over loon.
Loonvorming behoort tot de essentie van de relatie tussen werkgever en werknemer. Afspraken maken tussen werkgever en werknemer over hoeveel de inzet van de werknemer waard is voor een bedrijf behoort tot de internationaal verankerde vrijheid van onderhandelingen. Ik vind het dan ook niet aangewezen en tegenstrijdig met internationale afspraken dat de politiek zich zo concreet zou moeien met loonvorming.
Je wordt soms ook productiever door ergens langer te werken.Zo een lineaire en zéér rigide benadering past ook niet in een evolutie naar een modernere en flexibelere arbeidsmarkt. Immers in sommige functies blijft de productiviteit stijgen op basis van ervaring, ook op latere leeftijd. In andere functies zal dat minder uitgesproken zijn. Differentiatie zal dus nodig zijn.
Zo een benadering zou trouwens loonkostverhogend werken. De jongeren moeten dan al op 7 jaar naar hun hoogste loon op klimmen om op dat niveau vast geklikt te worden?
EvenwichtIk pleit voor een gezond evenwicht. Alleen maar regelgevend inzetten op prestaties en competenties zou wel eens een grote bron van willekeur kunnen inhouden.
Wat het laatste element van hun voorstel betreft: voldoende lange overgangsperiodes voorzien. Dat lijkt me de evidentie zelve.
Conclusie: hun voorstel kan dienen om het debat hierover aan te gaan, maar is niet evenwichtig genoeg. De vrijheid van onderhandelen wordt te veel beknot en hun voorstel is veel te rigide en lineair. Maar we willen het debat aangaan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers op de volgende wijze: