Wie is kunstenaar?

Als je mag afgaan op wie allemaal gebruik maakt van het kunstenaarsstatuut, is er serieus wat artistiek talent bijgekomen in ons land de laatste jaren. Samen met collega Stefaan De Clerck en pleit ik voor duidelijkere criteria om misbruik te voorkomen.

‘Wat is kunst? Wat is kunst?’ Naar analogie met de klassieker van Noordkaap kunnen we ons afvragen ‘Wie is kunstenaar?’. Een moeilijke vraag, waarop geen eenduidig antwoord bestaat. Het is meteen een van de grote struikelblokken in de huidige reglementering voor kunstenaars. Volgens de regelgeving vandaag is een kunstenaar ‘een persoon is die zich wijdt aan de creatie en/of uitvoering of interpretatie van artistieke oeuvres in de audiovisuele en beeldende kunsten, in de muziek, het spektakel, het theater en de choreografie’. Zij genieten onder bepaalde voorwaarden van een bijzondere bescherming binnen de sociale zekerheid (ziekteverzekering, pensioenopbouw, werkloosheid). De bescherming is van toepassing op personen die zonder een arbeidsovereenkomst tegen betaling een artistieke prestatie leveren in opdracht van een natuurlijk of rechtspersoon (het zogenaamde artikel 1 bis, juli 2003). Die bescherming wordt gefinancierd met de bijdragen van de werkgevers en werknemers en is dus een vorm van solidariteit van ons allen met de kunstenaars.

Het probleem is dat er geen duidelijke normen of criteria zijn. De ‘echte’ kunstenaar zal zeker onder de voorwaarden vallen. Maar de omschrijving laat een zeer ruime interpretatie toe. De cijfers doen ons vermoeden dat er momenteel heel wat oneigenlijk gebruik is van het kunstenaarsstatuut. Waar in 2003 gemiddeld 1.800 personen per kwartaal gebruik maakten van de regeling, waren er dat in 2010 al gemiddeld 3.200 per kwartaal. In 2012 zou dat al zijn opgelopen tot 5.000 per kwartaal.

Brede interpretatie

Omdat een duidelijke definitie voor de begrippen ‘kunstenaar’ en ‘artistieke prestatie’ ontbreekt, wordt de regeling dus zeer breed geïnterpreteerd. Door de regeling open te stellen voor een zeer brede groep mensen ontstaat er een goedkope vorm van tewerkstelling, op kosten van de sociale zekerheid, voor mensen die niet tot de oorspronkelijke doelgroep van ‘kunstenaars’ behoren. Eigenlijk zouden deze mensen moeten kunnen terugvallen op bestaande tewerkstellingssystemen, zoals het statuut van de zelfstandige of de kleine vergoedingsregeling.

Het antwoord op onze vraag ‘wie is kunstenaar?’ zou daarom deels kunnen liggen in de toekenning van een kunstenaarsvisum door de Commissie Kunstenaars. Vandaag geeft die commissie al advies over het sociaal statuut van kunstenaars. Wij pleiten voor een versterking van de rol en de draagkracht van deze commissie om het kunstenaarsstatuut toe te kunnen kennen (naar analogie met de commissie voor de erkenning van de beroepsjournalisten). We willen ook dat de commissie ruimer wordt samengesteld zodat er behalve ambtenaren ook actoren uit de kunstensector en sociale partners in zitten.

De ‘artistieke prestaties’ worden vaak gekenmerkt door de afwezigheid van een directe band tussen de arbeidsduur en het inkomen. Soms ontvangt een kunstenaar voor een korte prestatie een hoge bezoldiging. Soms geldt het tegendeel en leidt maandenlange arbeid, bijvoorbeeld een script schrijven, niet tot enig inkomen. Daarvoor bestaan binnen de werkloosheidsreglementering een aantal oplossingen voor kunstenaars, zoals de ‘cachetregel’ die hen sneller toegang geeft tot uitkeringen en de ‘voordeelregel’ die het bedrag van de werkloosheidsuitkering betonneert. Maar ook hier is er te veel ruimte voor interpretatie. Het aantal uitkeringsgerechtigde werklozen dat aangeeft commerciële artistieke prestaties te leveren is toegenomen van 3.700 personen in 2003 tot 7.500 in 2010. In 2012 zou er sprake zijn van meer dan 8.000 uitkeringsgerechtigde kunstenaars. Dit wijst volgens ons duidelijk op oneigenlijk gebruik van de regeling voor artistieke prestaties. Dat moet dus aan banden gelegd worden. De explosieve toename van het aantal oneigenlijk gerechtigden brengt niet alleen het kunstenaarsstatuut zelf, maar vooral ook de financiële solidariteit met de echte kunstenaars in het gedrang.

Minister van Werk Monica De Coninck (SP.A) engageerde zich al om de regels van de werkloosheidsreglementering die van toepassing zijn op de kunstenaars eenvoudiger te maken. De eerste teksten circuleren. Wij roepen de bevoegde ministers, De Coninck en Onkelinx, op om in nauw overleg met de betrokken partners op het terrein de werkloosheidsregeling en het luik sociale zekerheid voor kunstenaars volledig op elkaar af te stemmen en ook een arbeidsrechtelijk luik toe te voegen. Alleen zo kan een coherent sociaal statuut voor kunstenaars ontstaan. Dat is in het belang van de groep creatieve mensen die terecht aanspraak maken op de ondersteunende maatregelen en waarmee we uitdrukkelijk solidair wensen te zijn. Vandaar onze oproep aan de ministers: maak er geen kunst- en vliegwerk van, maar een écht kunstwerk.

Links:

https://www.standaard.be/plus/ochtend/31
http://www.statuutvandekunstenaar.be/

artikel kunstenaars

artikel de standaard in rubriek cultuur

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers op de volgende wijze: