Het recht op IGO vereenvoudigd

De commissie sociale zaken keurde woensdag 24 oktober een wetsontwerp goed dat de toekenning en berekening van de inkomensgarantie voor ouderen (IGO) drastisch vereenvoudigt en ongewenst gebruik aan banden legt. Zo zal het inkomen van kinderen die  hun bejaarde ouder laten inwonen niet meer in aanmerking genomen worden om te bepalen of de ouder recht heeft op een IGO. Anderzijds zal het niet meer mogelijk zijn om kleinkinderen bij de grootouders in te schrijven met als doel een recht op IGO te openen.

De inkomensgarantie voor ouderen wordt toegekend aan 65-plussers die onvoldoende pensioen­rechten hebben opgebouwd. Het is, net zoals het leefloon, een bijstandsuitkering. Men kan recht hebben op een basisbedrag voor samenwonenden (7 934,88 EUR per jaar) of een verhoogd bedrag voor alleenstaanden (11 902,32 EUR per jaar).  Om een IGO te kunnen krijgen, moeten eerst alle bestaansmiddelen van de betrokkene in kaart gebracht worden. Vandaag worden alle bestaansmiddelen van de aanvrager en personen die dezelfde hoofdverblijfplaats hebben als de aanvrager samengeteld. Het is echter niet steeds gemakkelijk om alle gegevens omtrent het inkomen van de verschillende samenwoners te bekomen. Bovendien moet er telkens een nieuw onderzoek gevoerd worden, wanneer de samenstelling van het huishouden wijzigt.

De nieuwe regeling wordt een stuk eenvoudiger en beoogt het recht op IGO zoveel mogelijk te individualiseren. Enkel voor gehuwden en wettelijk samenwonenden, die volgens de wet onderhoudsplichtig zijn, zullen de bestaansmiddelen samengeteld worden en gedeeld door twee om het recht op IGO te bepalen. Wettelijk samenwonenden worden dus ook op dit vlak gelijkgeschakeld met gehuwden.

Ouderen die inwonen bij hun kinderen of kleinkinderen en senioren die samenwonen met hun eigen (schoon)ouders hoeven vanaf nu enkel nog hun eigen middelen aan te geven. Waar ze vandaag kans lopen om hun IGO te verliezen wanneer ze bij hun kinderen gaan inwonen of hun ouders in huis nemen, zal dit in de toekomst niet meer het geval zijn. Ook voor wie samenwoont met een meerderjarige die niet hun echtgenoot of wettelijk samenwonende partner is, zullen enkel de eigen bestaansmiddelen in rekening worden gebracht. De regeling die wordt toegepast bij opname van één van beide partners in een rust- en verzorgingstehuis, wordt meer transparant gemaakt.

Het wetsontwerp breidt ook, op aandringen van Europa,  het recht op IGO uit tot de inwoners van alle lidstaten die het nieuw Europees Sociaal Handvest hebben ondertekend. De inwerkingtreding zal gebeuren via een KB.

De vereenvoudiging van de toekenning zal  in werking treden vanaf januari 2014. Wie dankzij deze regeling recht krijgt op een (hoger) IGO zal zelf een nieuwe aanvraag moeten indienen. Enkel bij wijziging van bestaansmiddelen of gezinssamenstelling gebeurt de herziening automatisch. Ik heb bij minister De Croo op aangedrongen om een goede informatiecampagne over de nieuwe regeling op te starten: ‘iedereen moet immers krijgen waar hij recht op heeft’.

De inkomensgarantie voor ouderen wordt toegekend aan 65-plussers die onvoldoende pensioen­rechten hebben opgebouwd. Men kan recht hebben op een basisbedrag voor samenwonenden (7 934,88 EUR per jaar) of een verhoogd bedrag (11 902,32 EUR per jaar).  Na de aanvraag van een IGO wordt een bestaansmiddelenonderzoek gevoerd. Bij gehuwden wordt de som van de bestaansmiddelen van beide partners gedeeld door twee. Indien nodig, krijgt elke partner het IGO-basisbedrag.  Bij opname van een IGO-gerechtigde in een WZC volgt vandaag een onderzoek om te bepalen of de rusthuisbewoner aanspraak kan maken op een verhoogd IGO-bedrag. Bij dit bestaansmiddelen­onderzoek worden enkel zijn of haar eigen bestaansmiddelen in overweging genomen. Dit kan eventueel tot gevolg hebben dat de toegekende IGO-uitkering wegvalt of vermindert.

De wet die vanaf 1 januari 2014 van kracht wordt onderscheidt twee situaties.

IGO – gerechtigde is gedomicilieerd in een rusthuis, een rust- en verzorgingstehuis of een psychiatrisch verzorgingstehuis

 

Verhoogd basisbedrag

Bestaansmiddelenonderzoek op basis van eigen middelen

IGO-gerechtigde verblijft in een rusthuis, een rust- en verzorgingstehuis of een psychiatrisch verzorgingstehuis, maar is daar niet gedomicilieerd.

 

a)       de IGO-gerechtigde blijft ingeschreven op zijn thuisadres bij zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner

 

b)       De IGO-gerechtigde heeft geen echtgenoot of wettelijk samenwonende partner op zijn thuisadres

 

Verhoogd basisbedrag

 

 

 

 

a)       Bestaansmiddelenonderzoek op basis van bestaansmiddelen van beide partners gedeeld door twee

 

b)       Bestaansmiddelenonderzoek op basis van eigen middelen

 

De nieuwe regeling zorgt voor meer continuïteit en vermijdt het wegvallen of verminderen van een IGO- uitkering ten gevolge van een opname in een RVT. Deze transparante regeling zal meer zekerheid bieden aan echtparen waarvan één van beide wordt opgenomen in een tehuis.  In de Commissie heb ik er bij de minister op aangedrongen om alle gerechtigden en betrokken instellingen uitgebreid te informeren over de gewijzigde reglementering. De minister raadt IGO-gerechtigden aan om bij opname in een rusthuis een simulatie te vragen aan de RVP. Rusthuisbewoners kunnen dan bewust kiezen voor het meest voordelige scenario.

foto (8)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers op de volgende wijze: